In de ban van de Ardennen

De 2019 editie is er weer eentje om niet te vergeten. De weersomstandigheden waren prima. Op enkele buien na eigenlijk geen regen gehad en de temperatuur was lekker in de nachten en het had iets koeler mogen zijn overdag. 8’C is voor een LT redelijk zomers.

Het parcours daarentegen is deze vierde keer wel serieus op de schop gegaan. Zeker de helft is nieuw parcours en de lat is voor mijn gevoel een stukje hoger gelegd. Wel mooi dat de race zich zo evolueert en het interessant blijft voor lopers om deel te blijven nemen.

Het plan voor 2019 was om als vrijwilliger te helpen… maar kon het niet laten en heb me uiteindelijk toch ingeschreven voor de race. Te veel mensen op de deelnemerslijst die ik ken en wilde het hele avontuur toch maar weer aan den lijve ondergaan. Dit zeker omdat het parcours drastisch aangepast is en het parcours pas enkele dagen voor de start bekend gemaakt zou worden. Beetje onzekerheden is altijd prettig.

Het strijdplan is dit jaar niet anders als vorige jaren; gewoon starten en zien hoe deze ‘Legends draak’ zich gaat ontwikkelen om hem vervolgens te temmen. Materiaal en voeding keuze is hetzelfde en het doel is wel wat sneller te lopen deze keer en minder tijd te verkloten. Ook al is het mijn vierde deelname aan dit loopje, gezonde spanning is er nog steeds de dagen voor de race.

François en ik rijden vrijdagochtend richting Mormont, een dorpje in de buurt van de Achouffe brouwerij. We lunchen in de brasserie van de brouwerij om vervolgens naar de start te gaan voor de incheck procedure.
Voor we vetrekken verstoppen we enkele flesjes Chouffe onder de bushalte om hopelijk enkele dagen later te kunnen vieren dat we er bijna zijn en nog maar 4 km zouden moeten lopen.
Even later pikken we onze startnummers en topokaarten op, doen de verplichte materialen check en de medische check. De laatste paar uurtjes voor de start zitten we met de nodige medelopers bij elkaar. Menig persoon help ik nog even met zijn GPS en voor we het weten staan we buiten te luisteren naar de breefing van Tim. Duidelijk is dat dit jaar regels erg strikt opgevolgd zullen worden en er ook op toegezien zal worden. Zo zul je dus buiten moeten slapen als je dit zou willen en als je verplichte materialen mist bij steekproeven dan krijg je straf tijd extra.

Het stuk van start naar CP1 – 70,4 km – De warming up
De start is om stipt 18h00 en 82 deelnemers komen in beweging. We willen zeker in het begin vooraan starten omdat we vlak na de start langs de rivier de Ourthe smalle paden op gaan en je dan soms niet lekker door kan lopen. François en ik starten samen met het idee om zo lang mogelijk bij elkaar te blijven, al weten we zonder het te zeggen tegen elkaar dat dat waarschijnlijk niet lang gaat zijn. Je start vaak met lopers waar je al vaker stukken mee gelopen hebt maar eindigt uiteindelijk vaak met iemand die je niet of nauwelijks kent of niet verwacht had mee te zullen lopen. Door samenloop van omstandigheden formeren zich groepjes die weer opbreken en overgaan in andere groepjes en loop je hele stukken alleen.

Al snel merk ik dat François niet goed in zijn ritme komt. Regelmatig moet ik wat inhouden of wachten tot hij weer bij me loopt. We blijven bij elkaar hebben geen haast en weten dat we amper gestart zijn en het in het ergste geval tot maandag middag kan gaan duren.
In La Roche drinken we even een bak koffie en een cola in een kroeg waar we langs komen. We spreken af dat we nog even kijken hoe het zich verder ontwikkeld en iets verderop lopen we samen met Erwin Deckers en nog wat anderen en kom langzaam op gang en vertrek.

Vanaf een kilometer of 30 loop ik dus alleen en voel me sterk genoeg om ook door te pakken op het vals plat dat naar boven gaat. Haal ook nog menig loper in en worstel me een weg naar voren. CP1 ligt op een dikke 70 km waar ik zaterdag ochtend om 4:47 binnen loop. De eerste 70 km is een serieuze onderneming waar het terrein aan de ‘Stef standaarden’ voldoet. Veel paden zijn geen paden meer of zijn het nooit geweest. Afdalingen door rivierbeddingen met losliggende stenen en andere zooi, omgevallen bomen, zompige paden en nog meer om je wakker te schudden voor wat komen gaat. Het eerste stuk lopen we wat stukken op met Chris die zijn derde poging gaat wagen en zal DNF’en op CP1 en Berry die zijn eerste poging gaat wagen en ver vooraan zal eindigen ondanks een domme fout waardoor hij 4 uur straf krijgt en de nodige navigatiefouten in zijn derde nacht.
Die nacht is de temperatuur prima maar er is veel natte mist wat het zicht erg beperkt op sommige stukken. Al regent het niet echt, nat wordt je er wel van.

Aangekomen bij CP1 doe ik snel mijn ding, eet een goede warme maaltijd en vertrek weer alleen. De schemering komt al op en het beloofd een mooie dag te worden. In mijn ooghoeken zie ik een hert aankomen dat vlak voor mij over het pad springt. Wat een gevaarte. Een ree was het zeker niet, dat beest moet een schofthoogte van anderhalve meter gehad hebben.

Marek is hier ook maar we hebben beiden niet veel tijd. Hij niet omdat hij er is om lopers op te vangen en ik omdat ik me weer klaar maak voor wat komen gaat.

Het stuk van CP1 naar CP2 – 42 km – Stilte voor de storm
Dit stuk is een wat meer rechttoe rechtaan parcours. In dit stuk wisselen begaanbare en onbegaanbare stukken zich snel af met de nodige klimmetjes die er stiekem voor zorgen dat de hoogtemeters snel oplopen. In de afdalingen voel ik mijn bovenbenen al vanaf het begin en snap niet waar het vandaan komt. Zo snel heb ik het meestal niet dat ik ergens last van ga krijgen. Zorgen hoef ik me nog niet te maken. Meestal loop je dit soort dingen er wel weer uit na de nodig kilometers en dat blijkt later ook te gebeuren. Er gebeuren verder weinig spannende dingen en het is genieten van het mooie weer. De kilometers en uren vliegen voorbij en voor ik het weet zit de tweede etappe van 42 km er ook weer op. Van CP1 naar CP2 is wellicht de stilte voor de storm want het derde stuk gaat het kaf van het koren scheiden.

Het stuk van CP2 naar CP3 – 64 km – Het reisgezelschap
Steeds als ik een CP binnen loop zitten er dezelfde mensen die weer afzonderlijk van elkaar vertrekken. Beetje stuivertje wisselen op het klassementsbord. Zo zit er ook steeds Paul Bremmers die ik eigenlijk niet ken. We lullen wat over de standaard dingen waar je het over hebt op een CP en mijn CP checklist valt in de smaak bij Patricia Schellekens omdat er iets op staat als ‘geen tijd verkloten’. Ik ben juist meestal diegene die ruim de tijd neemt en zich niet op laat jagen. Ik weet immers dat een half uurtje langer je dubbel en dik terug gaat verdienen omdat je uitgerust aan de volgende etappe start. Ik zie vaak genoeg mensen om mij heen een CP binnenstappen en een paar minuten later weer vertrekken. Die kom je vaak na een paar uurtjes weer tegen. Ik stap pas na anderhalf uur weer buiten. Ik eet goed, ververs mijn kleding, laat mijn bovenbenen masseren, breng mijn racepack weer in orde en verzorg mijn voeten. Mijn voeten doe ik altijd zelf omdat ik weet wat aandachtspunten zijn en wil dit gewoon zelf doen. Voeten is reden nummer 1 dat lopers uitstappen. Als je die onder controle hebt en ze ook goed zelf kunt verzorgen heb je meer kans van slagen.

Voor ik er erg in heb sta ik onder aan de Ninglinspo vallei. In een busje zitten Eddy van Endert en Dirk van Spitaels. Allebei uitgestapt. Eddy probeer ik nog mee te krijgen maar het blijkt trekken aan een dood paard en vervolg snel mijn weg. Ik wil voor het donker proberen boven aan de Chefna te zijn.
Boven aan de Ninglinspo sta ik ineens voor een volledig omgekapt bosperceel waarvan alle bomen en takken er nog liggen. Het pad loopt er dwars doorheen maar is niet meer te herkennen. Er zit weinig anders op dan er doorheen te gaan en klauter over hopen bomen en takken. Het heeft geen zin om eromheen te gaan. Daar verlies je meer tijd mee en het is maar een paar honderd meter.

De Chefna is de naastgelegen vallei die je ook omhoog moet en je moet dus eerst een steile helling af voordat je daaraan kunt beginnen.
De eerste brug die je over moet om bij het achterliggende pad te komen blijkt er niet meer te zijn maar je kunt iets verderop over wat stenen stappen om aan de overkant te komen.

Het vervallen huisje dat ik voorgaande jaren of met andere loopjes wel eens gebruikte om even te schuilen is afgebroken en heeft plaatsgemaakt voor een nieuw vakantie huisje. Ik heb er nu geen behoefte aan maar vind het toch jammer dat het verdwenen is. Heb er toch mooie momenten meegemaakt zullen we maar zeggen. Marek en Ken kennen het ook van voorgaande loopjes.

Als ik uiteindelijk boven kom zie ik in de verte wat lampjes bewegen waar het pad op een lange asfalt weg komt. Het is Gabrielle met collega vrijwilligers die lopers controleren en indien nodig opvangen. Ze hebben een beschutte plek gevonden bij een outdoor bedrijfje waar zelfs een koelkast staat. Het verbaasde ze dat ik wist dat daar een open koelkast staat. Regel is dat als iedereen er gebruik van kan maken dat jij het ook mag. Ik garandeer je dat niemand deze kende. Dat is het voordeel van de omgeving kennen waar je loopt.
Na een regenjasje aangetrokken te hebben vertrek ik weer. Ik grits nog even een paraplu mee die toevallig in een hoek staat. Is wel lekker om over je hoofd te trekken… helemaal uit de wind die achter in je nek loeit. Het stuk net na de Chefna is namelijk een lang open terrein in hoger gelegen gebied.

In de tweede nacht begint bij mij ook lichtelijk de vermoeidheid op te komen. Ergens op een helling naar boven dwaalt mijn gedachte compleet af. Waarheen ik onderweg ben weet ik niet meer maar als een verdwaalde koerier vraag ik me enige tijd af waar naartoe ik onderweg ben en wat ik moet wegbrengen. Ik realiseer me dat ik met een race bezig ben en weet dat ik gewoon de route moet blijven volgen. Rare situatie…

Als ik verderop langs een boomstronk loop met een papegaai erop begin ik weer tot leven te komen. Mooi beest maar als ik goed kijk is hij weg. Ik maak nog een foto en zet mijn reis voort.

Even later haal ik Hans Raats en Paul Bremmers in die vrij vlot vertrokken waren uit CP2. Ze wandelen op dat moment en ik hobbel ze voorbij maar na een paar minuten later loopt Paul ineens bij me. Hij vraagt of hij een stuk mee kan lopen omdat hij niet zeker is hoe lang zijn GPS het nog uit gaat houden. Hij had schijnbaar per ongeluk de route verwijderd en moest zijn backup GPS gebruiken. Later blijkt dat er een goede klik is tussen ons en een geolied tweepersoonsteam vormt zich dat samen de finish haalt.

Paul blijkt een sterke lopen met de nodige loopjes op zijn kerfstok en kan zijn tempo in ieder geval constant houden. Hij is in het dribbelen net iets sneller en ik in het stevig doorstappen weer wat sneller. Zo houden we elkaar steeds op tempo of nu naar boven of naar beneden gaan en merken al snel dat we het waarschijnlijk lang vol gaan houden zo.
We weten dat het een killer gaat worden deze etappe. Voor veel zal het een breekpunt worden omdat het parcours onvergefelijk is. Zeker het stuk aan de onderkant van de Hoge Venen waar we door komen. Het is een nat veengebied waar droog blijven onmogelijk is. Als je denkt op een stevig stuk gras te kunnen staan blijkt het vaak een drijvende pol gras te zijn die gewoon weg zakt. Er lijkt geen einde aan te komen. De houten vlonders wisselen het zompige af en de snelheid blijft voor ons gevoel nog redelijk.
Het parcours van de derde etappe is waarschijnlijk wel het zwaarst van allemaal omdat het niet alleen lang is maar ook erg heftig terrein.

De route heb ik opgeknipt in etappes van CP naar CP. Dat maakt het prettiger lopen omdat je het geheel beter in blokken kunt opdelen. Het einde van deze route moet dus uitkomen bij CP3 maar als we nog 150 meter te gaan hebben is er nog geen bewoonde wereld te bekennen en we vinden het wat spannend worden. Gelukkig laat de GPS wel wat bebouwing zien op de topokaart, maar vertrouwen hebben we er nog niet in. Gelukkig klopt het zoals altijd wel weer en ineens staan we op een kruising met iets verderop CP3.
Bij binnenkomst krijgen we een verplichten materiaal check en ik moet natuurlijk het onderste uit mijn racepack halen… de rescuebag!
Berry loopt steeds iets voor en als we een CP binnen komen zit hij er meestal al of staat op het punt te vertrekken. Nu zit hij er ook weer maar zal zeker nog even niet vertrekken. Hij heeft een 4 uur straf penalty omdat hij geen rescuebag bij zich heeft. Domme fout omdat dit nu juist één van de onderdelen is die je leven kunnen redden als je ergens strand in een stuk als voorbeeld de Hoge Venen waar ze niet snel bij je kunnen zijn als ze je eruit moeten halen omdat je je poot gebroken hebt. Hij is duidelijk over de zeik maar is nog steeds strijdlustig en zal zijn strijd voortzetten tot het eind.

Paul en ik hebben vooraf besloten maximaal één uur te slapen en nadat we gegeten hebben en onze spullen weer in orde hebben gebracht gaan we buiten in onze bivakzak slapen. Na 45 minuten ben ik weer wakker en ga alvast naar binnen om nog wat te eten en me klaar te maken voor de voorlaatste etappe.
Op de achtergrond klinkt het nummer The End van The Doors. Je kon in de weken voor de LT een nummer aanvragen wat je toepasselijk zou vinden voor CP3. Ik had dit nummer aangevraagd omdat het voor velen ‘The End’ is op dit CP…

Het stuk van CP3 naar CP4 – 42 km – De uitzichtloosheid
We vetrekken in de vroege ochtend als de schemer net in gaat zetten. De vogels fluiten en we weten dat we nu nog maar maximaal een etmaal buiten hoeven te zijn.
Deze etappe is wat meer begaanbaar dan de voorgaande maar het is een bitch omdat het veel lange uitgestrekte uitzichtloze stukken zijn waar geen einde aan lijkt te komen. Ook regent het steeds harder. Ons regenpak hebben we ondertussen al uren aan. Niet alleen tegen de regen maar ook om de warmte binnen te houden. Het motortje draait immers niet meer op volle toeren en alle energie gaat naar het in beweging zijn. Je merkt het als je even stil staat en je het sneller koud krijgt dan anders. Het zijn gevaarlijke temperaturen al is het niet echt koud. Later blijkt dat Frank Harreman het aan den lijve heeft mogen ondervinden toen ze hem vlak voor de finish op kilometer 240 met 34’C uit het veld hebben moeten halen.
Voordat we in Coo aankomen moeten we nog een serieuze afdaling maken van zeker 250 meter. De bovenbenen hebben het zwaar te voortduren in dit stuk. Als we door Coo zijn stoppen we heel even bij een overkapping van een huis om een paar minuten te schuilen voor de regen en een korte pauze te nemen. Paul heeft zijn eerste echte dipje.

Deze etappe gaat de tijd niet echt snel vooruit maar de finish komt in zicht… al zijn we waarschijnlijk nog ruim 12 uur onderweg.

Aangekomen op CP4 nemen we anderhalf uur pauze. We eten veel en maken ons helemaal op voor de laatste loodjes. Al haalt het niet veel uit… hier gaat alle overbodige zooi uit het racevest.

Het stuk van CP4 naar de Finish – 43 km – De Baraque Fraiture en de euforie
Het is nog licht als we vertrekken maar snel zal de duisternis intreden. We rekenen uit dat we er 10 tot 11 uur over gaan doen omdat we denken dat de snelheid er wel uit zal zijn zo langzamerhand. Het tegengestelde blijkt en als we na een kilometer weer opgestart zijn dribbelen we al weer stug door. Zelfs het vals plat omhoog dribbelen we. Als een stel paarden die de stal ruiken houden we het tempo hoog en blijven we pushen. We houden ons voor dat we geen risico’s meer moeten nemen en geen tijd verkloten is wel het doel.
Deze etappe duurt voor ons gevoel erg lang. Logisch… we hebben het gevoel er al bijna te zijn maar het is gewoon nog een dikke marathon in je derde nacht.

In de verte zien we de rode gloed van de snelweg die achter de Baraque Fraiture ligt. Een skihelling die je omhoog moet. Voor degene die de LT eerder gelopen hebben is dit het teken dat je in de buurt komt van Chez Ingo. Een onofficieel CP ooit in het leven geroepen met de eerste Legends om in de toen erbarmelijke weersomstandigheden nog een laatste check in te bouwen voor de deelnemers voordat ze door zouden stoten naar de finish. Toen in het tweede jaar Ingo van de Bergh dit CP overnam werd het omgedoopt tot Chez Ingo en werd het een grote verwarmde partytent met ondertussen alle faciliteiten om het comfortabel te maken. Denk aan tosti’s, friet, soep, muziek, warme dekens, etc. Het is de laatste halte waar je wilt blijven zitten maar ook weer niet omdat je weet dat je 24 kilometer verderop helemaal niet meer op hoeft te staan als je gaat zitten. Na wat friet met mayonaise en tosti’s gaan we snel weer de duisternis in en krijgen we al snel het stuk langs de snelweg. Een oneindig lang stuk dat overgaat in een bosgebied van rechtoe-rechtaan paden die meer weg hebben van een veengebied als een bos. Het stuk dat er de voorgaande jaren in zat hebben ze gelukkig geskipped. Daar zakte je soms echt tot je middel in weg.

Voor we het weten gaan al weer richting de beverdammen vallei achter de Achouffe brouwerij. Toen we François aan de telefoon spraken op CP4 gaf hij aan dat hij ons op zou wachten in Achouffe. François weet ook van de vier flessen Chouffe bier die onder het bushokje liggen en die staan op het dak van de auto als we er aankomen. Paul en ik nemen ons voor om maar geen bier te gaan drinken. We zijn vol euforie omdat we nog maar 4 kilometer moeten en niets ons meer tegen kan houden. François maakt nog even een foto van ons.

We voelen ons sterk en zeggen dat we zeker nog 5 á 6 km per uur halen. Dat is op vlakke stukken misschien wel zo maar François lacht en verzekerd ons ervan dat we minimaal nog een uur nodig gaan hebben om bij de finish te komen. Onzin roepen we en stuiven weg.
Het stuk dat volgt is voor mij geen onbekende en weet me hier snel doorheen te navigeren als we plotseling voor een rivieroversteek staan waar de brug van twee boven elkaar liggende balken niet meer die brug is die ik ken. Er ligt nog maar één balk op hoofdhoogte. We bekijken hoe we hier droog overheen kunnen komen maar dingen als ondersteboven hangend aan die balk lijkt ons uiteindelijk geen goed idee na 260 km. Opeens roept Paul dat hij een paar meter verderop een brug ziet. Ik kijk tussen de bomen door en zie hem ook… gelukkig! Twee tellen later staan we aan de oever bij de brug en er blijkt helemaal geen brug te zijn ?!?!? Huh, Paul beweert stellig dat hij een brug zag… Ik beaam dat ik hem ook echt zag. Een gezamenlijke hallucinatie… nog niet veel last van gehad tot nu op de papegaai na dan ergens in de tweede nacht dan.

We lopen terug naar de oversteekplaats en wat we niet wilden doen doen we toch. Met onze stokken houden we balans als we door het stromende water lopen. Het is gelukkig maar iets meer dan kniediep en we kunnen onze trip snel voortzetten aan de andere kant. Het koude water verlicht de pijn aan de voeten even en het was zo’n slecht idee nog niet er doorheen te gaan.
Ongeveer 250 meter verderop is er dan ineens echt een brug. Dat is dus de nieuwe brug. Het is niet de brug die je zou vinden als je vast zou houden aan de route. Je gaat immers niet 250 meter stroomafwaarts om te zien of er een brug is om vervolgens weer terug te lopen als die er niet blijkt te zijn.

Verderop beginnen we aan onze laatste klim. Het is een pittige en als we boven komen stoppen we even. We beseffen dat we er bijna zijn en nemen even de tijd om te wennen aan de gedachte dat onze reis erop zit. Jammer dat het erop zit maar toch voldaan en blij dat we deze editie erop hebben zitten.

Ik heb ze ondertussen alle vier mee mogen maken en van de vier heb ik er drie mogen uitlopen. Ik kan zeggen dat dit de zwaarste editie was tot nu toe. De eerste was misschien de meest legendarische met ook legendarische weersomstandigheden maar deze ondertussen vierde editie zorgt er voor dat de Legends Trail een race geworden is waarbij je nog meer getest wordt op alle fronten.

Als we Mormont binnenlopen worden we vergezeld door de nodige mensen waaronder de vrouw van Paul. Bij de finish is het rustig en na wat fotosessies en een medaille in ontvangst genomen te hebben mogen we dan eindelijk na 57 uur en 15 minuten stoppen.
We eindigen op een gedeelde 9e plek.
Later blijkt dat van de 82 starters het er 34 gehaald hebben. Dat voor een editie waarbij het weer nog zomers te noemen is.
Het mooie aan deze vierde editie is dat alle etappes erg verschillen van elkaar. Niet alleen in afstand maar juist in terrein. Stukken met veel goed begaanbare stukken die snel gelopen kunnen worden en stukken waar amper een doorkomen aan is. Complimenten naar het ontwikkelen van deze route in ieder geval.

Ik ga niet al die cliché bedankjes doen maar wil gewoon iedereen ontzettend bedanken voor het weer mogelijk maken van dit onvergetelijk avontuur. Vrijwilligers maken het niet alleen mogelijk… ze maken het legendarisch!

 

 

2020 beloofd wat te worden 😉